Specialist aan het woord

laatst gewijzigd op 15-12-2009


Een puber zet veel bot op de bank

Op het eerste gezicht is osteoporose een typische ouderdomsziekte. Maar het eerste gezicht is nogal eens bedrieglijk, en zo is het in dit geval ook. Want de kwaliteit van ons skelet tijdens het grootste deel van ons leven wordt goeddeels bepaald tijdens de groei in de puberteit. Vandaar dat je net zo goed kunt stellen dat osteoporose een kinderziekte is. Hoe zit dat?


Ouders zijn van groot belang voor het bottenstelsel van hun kinderen, want voor ongeveer tweederde worden de eigenschappen van het skelet bepaald door aanleg. Ouders met sterke botten krijgen kinderen met sterke botten. Maar voor een derde is de botkwaliteit wel degelijk te beïnvloeden door leefstijl, zoals eten en bewegen. Ook hier spelen ouders een belangrijke rol, want zulke leefstijl regels worden vooral aangeleerd door ouders.


Bot wordt opgebouwd tijdens de hele jeugd, maar vooral tijdens de groeispurt rond de puberteit. Kinderen kunnen dan wel zo’n 10 cm per jaar groeien en dat betekent niet alleen steeds langere broeken en grotere schoenen kopen. Veel belangrijker is dat gedurende die jaren bijna 40 procent van de uiteindelijke totale botmassa wordt aangelegd. In die periode van vier jaar groeit het bottenstelsel dus flink.


Maar in die zelfde groeiperiode wordt ook de structuur voor dat bot voor een belangrijk deel definitief bepaald mede door de belasting op het bot. De botbalkjes in het poreuze binnenste van het bot, kiezen een dusdanige positie dat ze gezamenlijk de voornaamste krachten die op het bot werken zo goed mogelijk kunnen weerstaan, zo ongeveer als de spanten van een brug. Dit proces is erg belangrijk omdat bewegingsprogramma’s op latere leeftijd dus na de groeiperiode weliswaar wel de verloren botmassa weer kunnen doen toenemen, maar niet de structuur meer kunnen herstellen.


De winst van training bij volwassenen en ouderen is het dikker en sterker worden van wat er op dat moment van het bot over is. Nieuwe botbalkjes en dwarsverbindingen tussen de botbalkjes worden echter niet meer aangelegd: eens verloren blijft verloren.


Voldoende belasting van de botten is dus juist tijdens de jeugd van belang en dat betekent bewegen. Een actieve manier van leven (veel sporten, fietsen en traplopen) tijdens de tiener jaren kan vijf tot vijftien jaar verschil maken voordat op oudere leeftijd de osteoporose grens wordt bereikt. Maar niet elke vorm van activiteit is even nuttig voor het skelet.


Langdurige, matig intensieve inspanning zoals lopen, fietsen en zwemmen zijn wel goed voor hart en longen, maar heeft voor de bot opbouw minder effect. In dit opzicht zijn korte, intensieve bewegingen die meerdere keren per dag het skelet telkens flink belasten, veel effectiever. Slechts in totaal 60 seconden van zulke activiteiten als touwtje springen, een trap afrennen, springen, zijn al genoeg voor een gezonde bot opbouw.


Bewegen is één ding, voldoende bouwstoffen een ander.

Pubers tijdens hun groeispurt, d.w.z. meisjes tussen tien en veertien en jongens van elf tot vijftien jaar, hebben een forse behoefte aan calcium om al dat bot te kunnen aanmaken. Het minimum van 1000 milligram calcium per dag krijgen ze zeker binnen als ze dagelijks vier boterhammen met kaas, of bekers melk of bakjes yoghurt verorberen. De meeste Nederlandse tieners halen dat wel. Het kleine groepje niet-zuivelgebruikers heeft extra calcium nodig.


Zit het met de calciuminname dus in het algemeen wel goed, van de belasting op het groeiend skelet kun je dat niet echt zeggen. De tieners van tegenwoordig krijgen steeds minder beweging. Buiten spelen, lopen en fietsen leggen het steeds meer af tegen de TV, de gameboy en de PC, de brommer of scooter, en wat later de auto en een zittend beroep. Dat is zorgelijk en daarom is er veel te zeggen voor speciale bewegingsprogramma’s zoals meer lessen bewegingsonderwijs op school, meer sporten en vooral ook meer met de fiets, de benenwagen op weg naar school, vereniging en naar vrienden en vriendinnen.


Als de mobiel alleen maar zou kunnen worden opgeladen door een fietsdynamo en tijdens het lopen als een stappenteller door de op en neergaande beweging van het lichaamszwaarte punt, zou dat de tieners meer dwingen te bewegen. Moeders en vaders die hun kinderen in de bakfiets naar school brengen, zijn goed bezig voor hun eigen botgezondheid, maar hun kroost brengt daardoor minder bot op de bank. Ook de extra rente lopen deze kinderen mis omdat de kwaliteit van het bot niet wordt verbeterd en dat levert net als langlopende rentes op lange termijn veel op.


Prof. Dr. Han C.G. Kemper
Bewegingswetenschapper en inspanningsfysioloog